Friday, June 27, 2014

Sint Petersburg


In 1703 stichtte Peter de Grote in een moerasgebied in het uiterste noordwesten van zijn rijk een nieuwe stad die in 1712 hoofdstad van Rusland werd: Sint Petersburg, genoemd naar de heilige, niet naar hem zelf. Hij had voor dat stichten (ook) machtspolitieke redenen: de Russische vloot zou een Oostzee-oorlogshaven krijgen, want het probleem van Ruslands gebrek aan bereikbaarheid over zee is altijd actueel geweest: de Zwarte-Zee-haven van de Krim was toen al een probleem! -  In 1918 werd Moskou weer hoofdstad en bij de dood van Lenin in 1924 kreeg Sint Petersburg zijn naam: Leningrad, stad van Lenin en onder die naam leerden we hem op school. Na de hervormingen van Chroesjtsjow werd het in 1994 weer Sint Petersburg. In 1703 waren er geen inwoners, in 1712 70.000 en nu 5 miljoen.

Wat Els over het verkeer schreef is niet helemaal onjuist maar geeft volgens mij een verkeerde indruk van hoe dat verkeer is en hoe de Russen rijden. Ik vond ze niet agressief. Wel 'pushy', maar dat komt de doorstroming ten goede. Ze nemen de ruimte die ze krijgen, maar geven die aan een ander als dat nodig is. Als een Nederlander in de spits in een verkeerde rijbaan zit en als die dan duidelijk naar links drukt om van de middelste van vijf rijbanen naar de op een na meest linkse te komen dan wint hun verkeersinzicht het van hun pushyness en geven ze je de rumte die je nodig hebt. Ze rijden een beetje zoals ik me de Fransen in Parijs herinner: schijnbaar rücksichtlos door een grotere snelheid dan die van jou, maar die je als je niet opzij gaat keurig afremmend je jouw kans geven. - Vandaag gingen we met de hotelshuttle die vier keer van het hotel naar de stad gaat en vier keer terug (hoort bij hun service omdat ze hier met openbaar vervoer zo onhandig te bereiken zijn). Om half tien vertrek, een klein half uur later in het centum van StP. Terug waren we maar met ons drieën, en ik zat naast de chauffeur. Hij had een handiger route dan onze GPS, dat is natuurlijk zijn know how, maar hij had ook consideratie met auto's die vanaf hun parkeerplaats aan het trottoir de weg op wilden. Hij reed wel te snel maar wist wat hij deed. En we waren zo ondanks het spitsuur in een half uur thuis.
De opstandingskerk

Genoeg over laagbijdegrondse zaken als het wegverkeer. Wij bezochten de Opstandingskerk, met erg veel mozaïeken, (die in de sovjettijd een mozaïekmuseum was). Zo'n tot verbeelding sprekende Grieksorthodoxe kerk met ingewikkeld versierde uien, zoals je die van het Rode Plein in Moskou kent. Hoewel de mozaïeken van Ravenna (maar die zijn uit de zesde eeuw) en die van de San Marco uit de late Middeleeuwen imposanter en misschien kunstzinniger zijn, we vonden de pracht en bijzonderheid van de meer dan levensgrote heiligen en de verhalende afbeeldingen in mozaïek mooi.
Daarna naar het Dom Knigi, het boekenhuis aan de Nevski Prospekt (vanaf het begin tot nu dè straat van Sint Petersburg) en kochten er een Russisch ABC voor Els haar verzameling abc-boeken. Boven die boekhandel, op de eerste etage is 'Singer' een gerenommeerde tearoom, vanwaar je de wandelaars op de Nevski Prospekt van bovenaf kunt gadeslaan; we hebben er, zoals dat in een tearoom hoort ook een gebakje bij gegeten, met frambozen en bosbessen.
Wim aan de taart..


Met uitzicht vanuit Singer op de kathedraal van Kazan, waar we door de Shuttle waren gedropt


De volgende kerk was evangelisch-luthers. In de sovjettijd was die tot zwembad gemaakt met een springplank van 10 meter hoog; daar waren aardige foto's van te zien.


Zwembad in de kerk. Springplank aan de kansel: 1963-1993


Van buiten zag en ziet hij er zo uit!

Daarna naar de Hermitage. Lange rijen, zoals ik me heriner van de Uffizi in Florence. Niks aan. We hadden online kaartjes kunnen kopen, dan hadden we niet hoeven te wachten. We moesten ook nog wacnten voor de garderobe, want Els haar rugzak mocht zoals wij al vreesden niet mee naar binnen. We vonden de (vele) Rembrandts mooi en hebben ons ook nog aan Titiaan vergaapt. Ik vond ze niet mooi hangen, de spiegeling van ramen en kunstlicht was hinderlijk. Tijdens ons kijken klonk uit een belendende zaal zang: vier mannen zongen een wonderschoon klinkend lied: mooie lage bassen, vijf minuten 

misschien. Die deden verlangen naar meer; maar dat kwam niet en we liepen een beetje kaal verder. - Zo'n museum is erg geweldig en heeft de fouten van zijn kwaliteiten: te groot, te geweldig. Het mist een menselijke maat. Maar we zijn blij dat we er geweest zijn. - Op onze wandeling erheen kwamen we ongelooflijk veel geüniformeerde zeelieden, marinemensen, tegen. Met bloemen en vergezellende meisjes. Els dacht dat ze de uitslag van een marine-examen vierden. Vanuit het museum zagen we later een soort admiraalzeilen of vlootsschouwtje op de Neva.

Een opmerking over bedienend personeel in hotels. Die missen de vleug vriendelijkheid die je eigenlijk verwacht. Ze zijn niet grof, maar nemen geen positief-afwachtende houding aan. Ik vind ze meestal eerder stug dan dienstbaar. Dat is hier in StP zo, maar in Tallinn en Vilnius vonden we dat ook.
Wim

1 comment:

  1. In vroeger tijden was een hotel een instituut bij uitstek waar een heleboel mensen tewerk gesteld werden. Met gastvrijheid had dat weinig te maken. Waarschijnlijk plukken jullie daar nu nog de vruchten van.

    ReplyDelete